D66 en Jeugd

21-1-2010

Ideeën van jongeren

Jongeren komen vaak negatief in beeld. De vertegenwoordiging en betrokkenheid van jongeren bij de ontwikkeling en uitvoering van (jeugd)beleid en jeugdzorg komt moeizaam tot stand. D66 wil de ideeën van jongeren benutten  bij het maken van jeugdbeleid. Zoals bij het opzetten van een integraal jeugdbeleid maar ook bij de opzet van een Centrum voor Jeugd en Gezinvisie. De vraag dient gesteld te worden: ‘Wanneer en waarvoor zou jij er naar binnen stappen?’

 

Inzet van jongeren

Met veel jongeren gaat het goed. D66 wil voorkomen dat alleen maar negatieve beelden de media bereiken.  D66 wil de kracht van jongeren benutten (‘ambassadeurs’, met stedenbanden) vrijwilligerswerk (binnen/ buitenland), (maatschappelijke) stages, beleidsvorming.

Geen kinderen buiten spel zetten! 

D66 streeft naar een herkenbaar en efficiënt werkend Centrum voor Jeugd en Gezin. Voorop staat dat dit centrum geen (extra) bureaucratische laag wordt. De gemeente dient criteria op te stellen waar het CJG aan moet voldoen en moet een nulmeting doen, waarbij na evaluatie duidelijk moet zijn wat de jongeren hiermee zijn opgeschoten.  

Zorg als gemeente in ieder geval dat de jeugdgezondheidszorg en jeugdzorg zò samenwerken,dat de jongeren dit merken door snellere verwijzing, antwoord op vragen en een adequaat aanbod. Zorg zoveel mogelijk lokaal aanbieden wil ook zeggen dat dit centrum een voorpostfunctie kan vervullen voor bureau jeugdzorg. De verwijsindex biedt naast signaleren ook mogelijkheden tot vereenvoudiging van overlegstructuren.

Het investeren in actieve sport- en cultuurparticipatie voor jongeren heeft een preventieve werking. Het voorkomt dat  kinderen zich buiten gesloten voelen en zorgt ervoor dat hun talenten een kans krijgen. Wij zijn van mening dat het voor kinderen tijdens hun opvoeding juist draait om méédoen. 

Het kabinet heeft in 2008 en 2009 40 miljoen euro per jaar beschikbaar gesteld met als doel om het aantal kinderen dat om financiële redenen niet mee kan doen aan sport, cultuur of andere vrijetijdsactiviteiten te halveren.  Deze regeling is echter niet of onvoldoende bekend bij het ambtelijk apparaat met als gevolg dat nog niet iedere gemeente er aan toe komt om een beroep te doen op deze gelden voor het bevorderen van de participatie van kinderen. 

 

Jongeren moeten zich volop kunnen ontplooien. De gemeente dient zich in te spannen om, binnen de gemeentelijke mogelijkheden, belemmeringen weg te nemen voor het gezond opgroeien en opvoeden, deelnemen aan onderwijs, sport en cultuur.